maandag 6 oktober 2008

SARA 8 De rode ballon

SARA

De rode ballon


Meestal kan Sara zich haar dromen nog precies herinneren, maar ze vertelt ze nooit. “Vindt u het niet gek?” vraagt ze na de les aan haar mentor, “dat ik mijn droom van vannacht vertel. Weet u nog dat ik vorige keer vertelde dat ik me zorgen maak over mijn broer, die in de stad woont, gokverslaafd is en af en toe geld steelt; en dat de sfeer in huis te snijden is als hij er is”. “Vertel maar”, zegt de mentor.

“In mijn droom wil ik naar mijn broer gaan, maar neem de verkeerde trein; ik loop van het station naar de haven en sluip over een loopplank aan boord van een schip. Ik ga op een verborgen plek op het dek zitten. Doodsbang ben ik als het midden op zee begint te stormen. Dan vinden twee matrozen me en beginnen in een vreemde taal op me te schelden. Ik ben zo bang, dat ik overboord wil springen in de golven. Er landt een grote rode luchtballon met een mandje eronder op het dek tussen mij en de mannen. Ik stap in en de ballon vliegt met mij de lucht in. Terwijl ik daar vlieg, schreeuw ik tegen de wind in:“Als u bestaat, maak dat mijn broer niet meer gokt en niet meer steelt en dat er geen ruzie meer thuis is”. Er komt geen antwoord. Dan word ik wakker. Ik ben naar school gegaan vanmorgen, maar ik weet dat ik naar mijn broer moet gaan en hem zeggen dat hij ermee moet stoppen. Mag ik na de pauze weg, dan ga ik naar hem toe”.

De mentor geeft toestemming. Sara gaat naar het station, nu wel op weg naar haar broer. Ze weet zeker dat hij naar haar, en alleen naar haar, zal luisteren.

Geen opmerkingen: