dinsdag 20 mei 2014

Verhalen van de stad


 
‘Ik droomde in de steden bij avond
in Parijs liep ik lang over boulevards
zocht francs op het asfalt
de bistro’s wenkten’


Remco Campert

Laat je eens meenemen naar steden dichtbij en steden in de verte. Ontdek hoe een stad tot een spiegel kan worden voor persoonlijke vragen en aanleiding tot zelfreflectie. Leer over jezelf, de ander en de wereld in beweging. Deze keer niet in een mooi natuurgebied, maar in stedelijke omgeving. Stel dat je het komend weekend eens een mooie stadswandeling zou gaan maken ….

De grote stad
Ga in gedachten eens terug te gaan naar een wandeling die je ooit in je leven maakte in een grote stad. Ik vermoed dat er nu allerlei wandelingen en allerlei steden in je herinnering komen. Kies er eens eentje uit en maak de herinnering sterker door terug te denken aan hoe het daar was. Wat zie je voor je? Hoe voelde je je  daar op dat moment in die stad? Wie was er bij je of was je daar alleen onderweg? Dit beeld van die wandeling toen zou de basis kunnen zijn voor een verhaal dat je op zou kunnen schrijven of vertellen. Kijk eens wat het thema zou zijn van je verhaal:  Geluk? Eenzaamheid? Verwondering? Armoede? Zoektocht? ……?

De stad in de buurt
Hoe zijn het zijn om deze week eens een langere wandeling in je eigen stad te maken of een stad in de buurt? Alain de Botton stelt in zijn boek De kunst van het reizen vast, dat verre reizen vaak afleiden van waar het echt om gaat. Je loopt ergens ver weg met een reisgids in de hand of achter een gids aan. Die laten je zien wat de moeite waard is. Er is al voor je bepaald wat interessant is en waarvan je zeker een foto moet maken. Hoe anders is het als je een wandeling maakt door een stad, waarbij je je voorneemt om je te laten verrassen. Loop met alle zintuigen open door de straten. Wat is er veel te horen en te zien en te ervaren. Je was hier wellicht al vaker, maar ziet vandaag pas voor het eerst een gevel die wat scheef staat, een lantarenpaal met een sierlijke vormgeving, een museum waar je vandaag voor het eerst naar binnen gaat. Zo kun je je oefenen om alert te lopen. Niet diep in gedachten op weg naar een winkel, je werk, het station. Diezelfde weg kun je ook tot een verrassingstocht maken. Je neemt een andere weg naar je werk; je stapt een halte eerder uit de tram en loopt verder; je laat de auto eens staan en wandelt naar het station. Je dag begint ineens een stuk aardiger dan in de file. Kortom, wandel en laat je verrassen. In een bos kan dat, maar het kan ook heel goed in een stad. Steden boeien.

‘ Geef mij de grauwe stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen’’
J.C. Bloem
( Deze blog verscheen ook op de site van Inspirerend Leven)

Rots aan de oceaan


 

De boekenwinkel

Ik  wandel door de oude stad. Het is een zonnige lenteochtend en de terrassen stromen al vol. Zoals ik dat vaker doe, loop ik naar de boekenwinkel en kijk op de afdeling reisboeken. Mijn oog valt op een boek met de titel ‘Voetwegen door Europa’. Ik pak het en lees dat er nog steeds een netwerk van voetpaden door ons werelddeel loopt en dat het als zo is sinds de middeleeuwen. Toen liepen marskramers honderden kilometers om hun waren te verkopen in verre landen en pelgrims gingen op weg naar een heilig graf in de verte. Ook nu nog gaan mensen op weg voor wandelingen van weken, soms zelfs maanden. Op de laatste pagina van het boek staat een kaart van Europa met een rode lijn die dwars door België en Frankrijk loopt, het grote gebergte oversteekt en in Spanje loopt tot ene plaats an de oceaan met de naam Finisterra. Ik stel me af hoe het zou zijn om naar het einde van de aarde te gaan lopen en eigenlijk is op dat moment het besluit genomen, al overzie ik de consequenties nog niet.

Kathedraal op de heuvel

Een tijd later. Ik sta in een uitgestorven Frans dorp te schuilen tegen de regen. Om de hoek komt een man met een ezel. De ezel heeft er zo te zien weinig zin in om verder te lopen, want hij blijft stokstijf staan. Ik maak kennis met de man. Hij woont in de buurt van Reims en is ook op weg naar het einde van de aarde. Hij vertelt me over de voordelen van het wandelen samen met een ezel: Hij draagt je bagage en in elke dorp heb je meteen contact, want iedereen wil de ezel aaien en biedt je een maaltijd en onderdak aan. Pelegrina heet de ezel en het is inderdaad een prachtbeest. Als het droog wordt, heeft Pelegrina er weer zin in en rent vooruit op onze weg naar de kathedraal op de heuvel. We komen bij een klein onooglijk huisje. Er staat een man voor, die ons wenkt. Als we dichterbij komen, vraagt hij ons of we koffie lusten. We komen binnen in een kleine armoedige kamer, waar een vrouw ons begroet en koffie gaat zetten. We krijgen een grote mok vol en er wordt stokbrood met jam naast gezet.  De man en de vrouw vertellen ons dat ze Parijs gewoond hebben, dat ze toen werkeloos zijn geworden en hun huur niet meer konden betalen. Toen zijn ze naar dit kleine huisje op het platteland getrokken. Er is geen elektriciteit, geen stromend water. Water halen ze bij een pomp. In de avond zitten ze hier bij kaarslicht. We wandelen een eeuwenoude route, maar zijn hier echt in de middeleeuwen terecht gekomen. Ze heten Francis en Martine;  ze hebben niets, ze bestaan niet officieel in de moderne Franse samenleving en worden waarschijnlijk niet meegeteld bij een volkstelling. Voor ons zijn ze heel speciaal. Ze lopen met ons mee tot de hoek van de weg en wijzen ons de kathedraal boven op de berg. Zwijgend lopen we naast elkaar de heuvel op naar de kathedraal. Het is een mooie mis, het koor zingt prachtig, maar met onze gedachten zijn we nog in het plaggenhutje zonder stromend water.

Einde van de aarde

Ik sta op een rots aan de oceaan. Dit is de plek waarvan middeleeuwers dachten dat het het einde van de aarde was. Finisterra hebben ze de plek gedoopt. Het is een winderige herfstdag. De kleine vissersboten hebben het zichtbaar moeilijk op de hoge golven dicht bij de rots. Naast me staat de man met de ezel, die ik lang uit het oog verloor, maar nu gelijk met mij hier staat. Hij vertelt me, dat hij onderweg besloten heeft om niet terug te keren in zijn oude baan op het grote kantoor in de stad. Hij gaat zijn droom volgen, vertelt hij me. Al lang is zijn hobby meubels maken. Elk moment in zijn vrije tijd besteedt hij daaraan. Het moment is gekomen om er ook echt werk van te gaan maken. Hij zal volgende week, als hij weer thuis is, op zoek gaan naar een werkplaats. Zijn ogen schitteren als hij het vertelt. Ik vind hem dapper, dat hij in tijden van crisis een zekere baan opgeeft en kiest voor een onzeker bestaan. We nemen afscheid en ik wens hem veel succes.

De thuiskomst

Ik ben alweer een week thuis. Ik loop onder de oude stadspoort door in de richting van het marktplein. Het is een gure herfstdag en de terrassen zijn opgeruimd. In mijn hoofd buitelen herinneringen aan al die landschappen, steden, ontmoetingen onderweg. Het was een weg waarvan elke stap de moeite waard was. Ik wandel mijn geliefde boekenwinkel in en herinner me hoe het allemaal begon met een boekje dat ik toevallig inkeek. De eerste stap is daar gezet.
( Verscheen ook in de Nieuwsbrief van het Coachbureau)

maandag 3 februari 2014

Januari 2014 Verhalen van de stad

In 2014 wil ik de stad centraal stellen.

Ik maak in januari wandelingen door Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Arnhem.

Arnhem:
De melancholieke metropool

Als voorproefje op veel stadswandelingen en stadscoaching het komend jaar  bezocht ik de tentoonstelling 'De melancholieke metropool  in Arnhem. In het museum van moderne kunst aldaar zijn sfeerbeelden van grote steden te zien, stammend uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Mooi zijn de magisch realistische stadsbeelden van o.a. Carel Willink en Pyke Koch. Ze worden afgewisseld met verstilde fotobeelden van Parijs uit die tijd. In de zalen erna zie je films over steden uit die tijd. Prachtig is de film 'Regen' van Joris Ivens. Ik geniet en herinneringen komen op aan stadsbezoeken en wandelingen door rustige wijken. Melancholie, heimwee naar plekken waar ik ooit was. Nog tot eind februari in Arnhem te zien. Een aanrader voor ieder die van steden houdt.
Wandeling door je eigen stad ( uit de Nieuwsbrief van Verhalen Onderweg):

‘Ik droomde in de steden bij avond
in Parijs liep ik lang over boulevards
zocht francs op het asfalt
de bistro’s wenkten’
Remco Campert

In deze winternieuwsbrief van Verhalen Onderweg neemt  Aat van der Harst je mee naar steden dichtbij en steden in de verte. Ontdek hoe een stad tot een spiegel kan worden voor persoonlijke vragen en aanleiding tot zelfreflectie. Leer over jezelf, de ander en de wereld in beweging. Deze keer niet in een mooi natuurgebied, maar in stedelijke omgeving. Stel dat je het komend weekend eens een mooie stadswandeling zou gaan maken ….

De grote stad
Ga in gedachten eens terug te gaan naar een wandeling die je ooit in je leven maakte in een grote stad. Ik vermoed dat er nu allerlei wandelingen en allerlei steden in je herinnering komen. Kies er eens eentje uit en maak de herinnering sterker door terug te denken aan hoe het daar was. Wat zie je voor je? Hoe voelde je je  daar op dat moment in die stad? Wie was er bij je of was je daar alleen onderweg? Dit beeld van die wandeling toen zou de basis kunnen zijn voor een verhaal dat je op zou kunnen schrijven of vertellen. Kijk eens wat het thema zou zijn van je verhaal:  Geluk? Eenzaamheid? Verwondering? Armoede? Zoektocht? ……?

De stad in de buurt
Hoe zijn het zijn om deze week eens een langere wandeling in je eigen stad te maken of een stad in de buurt? Alain de Botton stelt in zijn boek De kunst van het reizen vast, dat verre reizen vaak afleiden van waar het echt om gaat. Je loopt ergens ver weg met een reisgids in de hand of achter een gids aan. Die laten je zien wat de moeite waard is. Er is al voor je bepaald wat interessant is en waarvan je zeker een foto moet maken. Hoe anders is het als je een wandeling maakt door een stad, waarbij je je voorneemt om je te laten verrassen. Loop met alle zintuigen open door de straten. Wat is er veel te horen en te zien en te ervaren. Je was hier wellicht al vaker, maar ziet vandaag pas voor het eerst een gevel die wat scheef staat, een lantarenpaal met een sierlijke vormgeving, een museum waar je vandaag voor het eerst naar binnen gaat. Zo kun je je oefenen om alert te lopen. Niet diep in gedachten op weg naar een winkel, je werk, het station. Diezelfde weg kun je ook tot een verrassingstocht maken. Je neemt een andere weg naar je werk; je stapt een halte eerder uit de tram en loopt verder; je laat de auto eens staan en wandelt naar het station. Je dag begint ineens een stuk aardiger dan in de file. Kortom, wandel en laat je verrassen. In een bos kan dat, maar het kan ook heel goed in een stad. Steden boeien.

‘ Geef mij de grauwe stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen’’
J.C. Bloem

WANDELING DOOR ROTTERDAM EN BERLIJN
Gezien op Filmfestival Rotterdam 2014:
A house in Berlin.
Een verhaal dat je meeneemt. Jonge lerares uit Glasgow erft onverwacht het huis van een oudoom in Berlijn. Ze reist af naar Berlijn en maakt kennis met de bewoners. Haar verblijf in Berlijn wordt tevens een reis door de geschiedenis van haar familie, de geschiedenis ook van Europa. Op haar zoektocht door de stad maakt ze een snel ontwikkelingsproces door. Ze verbindt zich met de geschiedenis van haar familie, de droom over Palestina, de oorlog. Ook verbindt ze zich voor de huidige bewoners van het prachtige, maar oude en vervallen huis: de twee kunstenaars voral en de oude vrouw boven, die de heel geschiedenis meemaakte en haar oudoom en opa gekend heeft. De verantwoordelijkheid voor huis, bewwoners en geschiedenis weegt zwaar voor haar. Ik zelf houd van Berlijn en associeer me sterk met haar op haar zoektocht door de stad. Ik applaudiseer voor filmmaakster Cynthia Beatt die vijftien jaar aan de film werkte en vertelt over het maakproces. Even later loop ik door Rotterdam en ben in gedachten nog in Berlijn. Verhalen verbinden momenten in de tijd, verhalen verbinden plaatsen en steden met elkaar.Rotterdam van nu, in gedachten nog in Berlijn. Verhalen verbinden momenten in de tijd, verhalen verbinden ook plaatsen.wegen zwaar voor haar. In korte tijd maakt ze een veranderingsproces door tijdens haar zoektocht door de stad. Berlijn als spiegel voor haar eigen levensverhaal. Ik applaudiseer voor filmmaakster Cynthia Beatt, die aanwezig is en vertelt over dit filmproject waar ze vijftien jaar aan werkte. Buiten wandel ik door het moderen Rotterdam van nu, in gedachten nog in Berlijn. Verhalen verbinden momenten in de tijd, verhalen verbinden ook plaatsen.
Dit waren een aantal stadsimpressies van januari 2014. De tocht door steden gaat verder.
Aat



dinsdag 28 februari 2012

Gastvrijheid


Arm, maar volmaakt gelukkig

Ongekende Franse gastvrijheid

We wandelen samen met onze Duitse vriend, die we onderweg leerden kennen, en zijn ezel door het prachtige Franse heuvellandschap. Het is fascinerend om een voettocht te maken met een ezel.
Pelgrims met ezel
Ezel als metgezel
Sebastian, onze Duitse medepelgrim uit de buurt van Freiburg, vertelt ons de drie grote voordelen van het wandelen met een ezel. Je hoeft geen bagage te dragen; je bent nooit alleen en in elk dorp heb je meteen aanspraak; je wordt uitgenodigd voor een maaltijd en je krijgt een slaapplaats. Peregrina is een fantastisch beest. In de ochtend is ze niet bij te houden en ’s middags niet vooruit te branden. Als het regent of er dreigt onweer weigert ze absoluut om verder te lopen. Vriendelijk toespreken, dreigen met vanavond geen eten, duwen, trekken, het helpt allemaal niets. Verder is ze geweldig. Die zondagochtend zijn we al vroeg gaan lopen. We krijgen om 6 uur al een goed ontbijt van onze gastvrouw in Voutenay-sur-Cure, dat 196 inwoners telt en ligt in het departement Yonne. Die dag zullen we de plaats bereiken waar we al een paar weken naar uitkijken: Vézelay. Om 11 uur is er een mis in de basiliek Sainte-Marie-Madeleine en die willen we graag bijwonen. Het is een mooie ochtend, windstil, prachtig heuvellandschap en de ezel heeft er zin in.
Onverwachte ontmoeting
Rond acht uur komen we langs een onooglijke hut. Een man in een houthakkershemd, in korte broek en op kaplaarzen spreekt ons aan: hebben wij trek in koffie? We aarzelen even, want de tijd tot de mis in Vézelay is beperkt, maar de zin in koffie wint het. Even later zitten we aan een eenvoudige houten tafel in het minuscule huisje samen met de man en zijn vrouw. We krijgen koffie voorgezet, vers stokbrood en kersenjam. Als we de rust prijzen van de plek waar ze wonen, vertellen ze dat jongens uit het dorp de heuvel naast hun huis vaak gebruiken voor brommercrosses en hoe dat de rust verstoort. Dan komt het hele verhaal van het echtpaar, dat ze beurtelings vertellen.
Bijzonder levensverhaal
Een aantal jaren geleden woonden ze nog in de stad Limoges. Beiden raakten ze werkloos. Ze konden hun huur niet meer betalen van de uitkering, hoorden dat deze hut leeg stond en besloten daarheen te gaan. Er is geen stromend water, geen elektriciteit. Water halen ze bij een put in de buurt, ‘s avonds zitten ze bij kaarslicht. Inwoners van het dorp kijken argwanend naar hen. Even vraag ik me af, of de koffiekopjes fris en hygiënisch zijn. Hoe hebben ze het brood gebakken, hoe de kopjes afgewassen en hoe vers is het water? Die gedachten verdwijnen als ze verder vertellen. Elke dag komen er wel pelgrims langs, op weg naar Santiago de Compostela. Zij hebben zich als taak gesteld om hen als gast te verwelkomen en eten en eventueel onderdak in het schuurtje te verschaffen. Dat is hun nieuwe levenstaak geworden. Ze willen er niets voor terug hebben, behalve een ansichtkaart van onze woonplaats als we weer thuis zijn. Ze laten ons een plakboek zien met foto’s en kaarten van voorgangers. Ze vragen of we nog een koffie lusten. We hebben er geen tijd voor, maar besluiten dat een mis in de basiliek nooit zo bijzonder kan zijn als aan een houten tafel zitten bij arme en gastvrije mensen die met ons hun brood en koffie delen. Ze hebben niets en lijken volmaakt gelukkig, met elkaar, met hun armoedige hut, met hun gasten.
Diep onder de indruk
Ze vergezellen ons naar de hoek van de weg en wijzen: Kijk daar ligt Vézelay, boven op de heuvel, ‘la colline éternelle’. Als we dit pad volgen zijn we er over twee uur. We nemen afscheid van elkaar met een omhelzing. Dan lopen we via het plaatsje Saint-Père de heuvel op, ieder met zijn eigen gedachten. Voor ons de prachtige basiliek, achter ons de gastvrije hut. Later vertellen we elkaar dat we alle drie onder de indruk waren. Niet de mis in de abdijkerk of de prachtige timpanen waar we zo lang naar uitkeken zijn de hoogtepunten van die dag, maar een ontbijt in een hutje met bijzondere mensen. Intussen draaft de ezel vrolijk vooruit en is nauwelijks bij te houden op zijn weg naar de prachtige basiliek op de heuvel.

zaterdag 7 januari 2012

Een pluisje op de wind van de geschiedenis.

"Het is niet omdat ik mijzelf zo belangrijk vind dat ik dit geschreven heb, maar ik vind wel dat ik in een belangrijke tijd geleefd heb. De grote veranderingen die zich in de wereld voltrokken tijdens mijn leven zijn als een waterval over mij en mijn generatie heen gekomen. Daarvan wil ik nog een laatste maal getuigen". Met deze regels beginnen de memoires van Jan van Vleuten.

Gisteravond woonde ik in de Stadsschouwburg van Utrecht de voorstelling “Daar werd wat groots verricht” bij van Diederik van Vleuten. Bij het opruimen van een grote kast was ik twee theaterbonnen tegenkomen en het lag voor de hand om die in de kerstvakantie nog even soldaat te maken, voor ze weer in het vergeethoekje zouden verdwijnen. De keuze voor Van Vleuten was snel gemaakt: mijn partner en ik hebben goede herinneringen aan de cabaretvoorstellingen die hij in het verleden met Erik van Muiswinkel heeft gemaakt en een blik op de lovende recensies van dit solo-optreden maakte me al meteen enthousiast. Mijn hooggespannen verwachtingen werden niet teleurgesteld: het was een van de mooiste voorstellingen die ik in jaren heb gezien.

Het theaterprogramma van Van Vleuten is gebaseerd op de memoires van zijn oudoom Jan van Vleuten, een bijna 700 pagina’s tellend manuscript, dat hij in 1981 voltooide. Met behulp van een wandkaart, een kist, wat foto’s, een piano en de vier schrijfboeken met de memoires vertelt Van Vleuten ons het levensverhaal van zijn oom. Jan van Vleuten wordt in 1906 geboren in Nederlands Indië, brengt zijn jeugd door in Nederland, studeert landbouw in Zuid-Afrika en vindt als jonge twintiger een baan op een plantage in koloniaal Indië. Hij ontmoet er zijn grote liefde, de mooie Aukje, die als onderwijzeres op de plantage komt werken. Ze trouwen, zijn gelukkig en verheugen zich op een verlofreis naar Holland, zoals in die tijd gebruikelijk is. Maar het luxe schip de Marnix van Sint Aldegonde,  waarvoor ze eersteklas tickets hebben geboekt, verschijnt niet in de haven van Surabaya: de Tweede Wereldoorlog is uitgebroken. Beiden worden geïnterneerd in beruchte Jappenkampen en komen daar meer dood dan levend uit tevoorschijn. Tot hun grote geluk vinden ze elkaar weer en repatriëren met de nodige problemen naar Holland. Daar kunnen ze hun verhaal niet kwijt: de Nederlanders hebben immers zelf net een oorlog achter de rug. Als ex-lid van het Nederlands-Indische leger wordt Jan naar Indië gestuurd om mee te doen aan de politionele acties. Als hij terug is in Nederland moet hij onderaan de maatschappelijke ladder beginnen. Het is de tijd van de wederopbouw en door hard te werken komt hij er weer bovenop.

Het is een voorbeeld van hoe het leven kan lopen en het laat zien hoe mensen soms een pluisje op de wind van de geschiedenis zijn. Het was zo nu en dan om kippenvel van te krijgen en het was soms muisstil in die Stadsschouwburg, waar een publiek van wel duizend man aanwezig was. En toch werd er ook veel gelachen, bijvoorbeeld om de anekdotes over oma Maggie, maar ook om kritiek op de huidige maatschappij.  Tweeënhalf uur op het puntje van je stoel zitten om te luisteren naar een verhaal over ons koloniale verleden. Dat kan alleen als er een rasverteller aan het woord is.

Wil de Graaf           7 januari 2011

vrijdag 6 januari 2012

Stad van mijn hart

Ik lees Adriaan van Dis: Stadsliefde, scenes in Parijs.

Van Dis beschrijft zijn liefde voor de stad en zijn wandelingen door de buitenwijken. Stad als spiegel:


 Verliefd op Parijs. Verliefd op een stad waarvan ik de kaart in mijn hoofd denk te hebben, maar die altijd een ander plan met mij heeft zodat ik aankom waar ik niet naar op weg was en vind wat ik niet zoek.

Al bijna veertig jaar zeurde ik dat ik in Parijs wilde wonen. Steeds weer overschaduwden praktische bezwaren mijn dromen en zei de schone, rijke stad: ken je plek. Hoe vaak heb ik niet voor de etalages van buurtmakelaars gestaan. Ik ben met heel wat makelaars trappen op gegaan; hijgerig heb ik de miezerigste mansardes bekeken, gedreven door een angstig willen. Vier keer heb ik een studio gehuurd, maar altijd halfslachtig. Zodra mijn verlangen naar schoonheid en eenzaamheid was verzadigd, ging ik terug naar Amsterdam. Tot Parijs weer in mijn hoofd kwam spoken. Vroeger deed ik het af als een jongensdroom, maar de droom en de roep zijn met de jaren alleen maar sterker geworden. Parijs, Parijs….

In 2003 heb ik opnieuw gehoor gegeven aan die lokroep. Op een slome lentedag, toen ik niets zocht. Voor ik het wist, vloog ik een trap op en tekende papieren: soms geeft de angst je vleugels. En sindsdien woon ik op een zonnige zolder in het zesde- eenendertig vierkante meter, vijfhoog onder een zinken dak: mijn naam staat op de brievenbus, ik sta ingeschreven bij het gas en licht, ik heb een fiets, een kapper, een dokter en tweemaal in de week een strijkende werkster. Ik ben lid van de fitness en lees elke dag een half uur Le Monde, zakwoordenboek binnen handbereik. Mijn boodschappen doe ik bij Le Marché d’Annie, mijn overbuurvrouw. Annie is mijn houvast. Haar raam is beplakt met tientallen kassabonnetjes- openstaande rekeningen van buurtgenoten. Toch ziet ze alles, met haar oren. Op Annie kan iedereen rekenen, ze is de burgemeester van de straat.

woensdag 4 januari 2012

De Gijsbrecht, 2 januari Stadsschouwburg Amsterdam

TAAL VAN VONDEL

De traditie om rond Nieuwjaar De Gijsbrecht van Amstel van Vondel in de Amsterdamse schouwburg te spelen is in ere hersteld. Drie eeuwen lang ging dat zo, tot de actie Tomaat in 1968 er op hardhandige wijze een eind aan maakte. Ik had vaak gehoord over deze traditie en over dit stuk van Vondel, maar zag het nog nooit. Benieuwd ging ik op 2 januari, een dag na de premiere, naar de schouwburg op het Leidseplein. De sfeer vooraf in de statige gangen met de acteursportretten is opgewonden; mensen zijn zich bewust dat dit een bijzonder moment is. Ook ik besef dat ik in een traditie van eeuwen sta door hier rond Nieuwjaar dit stuk te gaan zien. We hebben een mooie plek op het eerste balkon met goed zicht op het hele toneel.

De beginmonoloog van Mark Rietman in de rol van Gijsbrecht is indrukwekkend. Daarna wordt in lange monologen het verhaal van de belegering van Amsterdam in 1296 verteld. Het is een verhaal van oorlog, geweld tegen vrouwen en wraak. Er zijn veel overeenkomsten met klassieke Griekse drama”s. Net als bij Troje wordt er een schip met soldaten de stad binnengesmokkeld. De taal van Vondel is prachtig muzikaal. Prachtig is de rol van Marisa van Eyle, die de oude taal indrukwekkend tot leven brengt. Niet alle spelers halen dat niveau.

Ik zit in een Schouwburg en kijk naar een stuk van eeuwen oud. Het is niet altijd toegankelijk met al die lange monologen en weinig handeling. Toch geniet ik. Dat heeft naast de kwaliteit van het stuk veel te maken met het besef in een traditie te staan van mensen die ook in vroeger tijden naar het theater togen om te genieten van taal, van spel, van spanning. Daardoor gingen ze iets meer van het leven begrijpen. Gelukkig worden ze nog steeds gespeeld, de klassieke Griekse stukken, Ayschylos, Sophocles, Euripides; gelukkig kunnen we de teksten van Shakespeare, Ibsen, Vondel nog steeds horen. Het zijn stukken die de eeuwen doorstaan hebben en alleen daardoor al de moeite waard.

Soms de herkenning van een tekst , waarvan ik niet eens wist waar die vandaan kwam:

Het hemelsche gerecht heeft zich ten lange lesten
Erbarremt over my en mijn benaeuwde vesten

En

Waer werd oprechter trouw
Dan tusschen man en vrouw
Ter weereld oit gevonden?
Twee zielen gloende aen een gesmeed,
Of vast geschakelt en verbonden
In lief en leedt.

Ik applaudisseer voor de spelers en loop met mijn reisgenote over het Leidseplein, de wereld van 2012 in. Heel anders dan toen, in de 17de eeuw, of is er niet echt veel veranderd? Ik sta in een traditie van eeuwen en dat alleen al geeft me een goed gevoel.

Aat van der Harst, 4 januari 2012